Historisch Veenendaal

Het verhaal van Veenendaal staat de komende weken centraal op onze site. Dit verhaal vertelt aan de hand van zeven thema’s wat Veenendaal typeert. Op twee april wordt het programma bekend van de Koninklijke route op 30 april. Op deze route worden de thema’s verder uitgelicht. Het eerste thema van het Verhaal van Veenendaal is: Historisch Veenendaal.

Historisch Veenendaal
Om het Veenendaal van nu goed te leren kennen, is het belangrijk iets te weten over de geschiedenis. In de volgende hoofdstukken laten we zien hoe ontwikkelingen in het verleden het Veenendaal van nu hebben gevormd.

Turf. Daar begon het mee. Turf is gedroogd veen en dat was, tot de komst van de steenkool in de 19eeeuw, de belangrijkste brandstof. Turf werd op veel plaatsen in Nederland gewonnen, onder andere in de Stichtse en Gelderse venen. Het Stichtse deel hoorde bij Rhenen en het Gelderse bij Ede. In 1543 was Gelderland het laatste gewest van Nederland dat onder gezag van Karel V kwam. De eigenaren van de venen rond het gebied dat we nu Veenendaal noemen, kregen op 12 maart 1546 een octrooi dat hen toestond de venen af te graven en de kanalen aan te leggen die daarvoor nodig waren. In het huidige stratenplan van Veenendaal is die kanalenstructuur deels nog te herkennen. Belangrijke hoofdwegen, zoals de Hoofdstraat en de Kerkewijk, waren vroeger waterwegen.

Wol
Lang is aangenomen dat Gilbert van Schoonbeke de stichter van Veenendaal was. De welgestelde Vlaming heeft weliswaar bijgedragen aan de snelle groei van de veenkolonie maar hij kwam hier als afnemer van de Veense turf toen de nederzetting al bestond. Van Schoonbeke kreeg de leiding over de uitbreiding van de vestingwerken rond Antwerpen. En daarvoor had hij brandstof nodig. Daarom stuurde hij in 1549 maar liefst 300 Vlaamse arbeiders naar de Rhenense venen. De veenkolonie groeide daarmee spectaculair. En de Vlamingen namen hun huisvlijt mee naar ’t Veen; ze introduceerden het wolkammen en het wolspinnen, later heel belangrijk voor de ontwikkeling van Veenendaal. Want tegen het einde van de 17e eeuw raakte de turfvoorraad op en werd de huisnijverheid steeds belangrijker.

Sigaren
In de loop van de 18e eeuw gingen steeds meer Veenendalers hun brood verdienen in de textiel. Wolkammers en sajetspinners (garenspinners) legden de basis voor wat later een uiterst florerende bedrijfstak zou worden. VSW (Veenendaalse Stoomspinnerij en Weverij), Frisia Wolspinnerij, Scheepjeswol en Hollandia Wol zijn namen die nog steeds tot de verbeelding spreken. Aan het eind van de 19e eeuw en in de 20e eeuw kwam de sigarenindustrie daar als belangrijke bedrijfstak bij. En ook die industrie kwam voort uit de huisnijverheid. Want in de omgeving van Veenendaal, met name rond Amerongen, Rhenen en Elst, teelden de bewoners al enkele eeuwen zelf tabak. Dit werd, onder meer in Veenendaal, verwerkt tot pruimtabak, snuiftabak en pijptabak. Eerst vooral in de vorm van huisnijverheid, maar later ook in kleine industriële bedrijfjes, de zogenoemde tabakskerverijen.

Groei
De industriële revolutie gaf de textiel- en de sigarenindustrie vleugels. Beide produceerden belangrijke exportproducten die Veenendaal groot hebben gemaakt. Letterlijk ook, want waar de Nederlandse bevolking tussen 1815 en 1971 verzesvoudigde, vertienvoudigde het aantal Veenendalers. In 1960 werd Veenendaal – dat tot dan toe gesplitst was gebleven in het Stichtse en het Gelderse deel – door een grenscorrectie één gemeente van bijna 1.800 ha. en ruim 23.000 inwoners. De economie groeide snel en in de fabrieken was voortdurend een tekort aan personeel. Gastarbeiders, voornamelijk uit Spanje, Marokko en Turkije, werden binnengehaald om de openstaande vacatures te vervullen. In 1971 telde Veenendaal 32.000 inwoners. In 2011 - 40 jaar later – waren dat er ruim 62.000.

Ondernemerszin
Met de oliecrisis in 1973 begon de teloorgang van de Veenendaalse industrie. In één jaar tijd verdubbelde de werkloosheid. Na een korte periode van stabilisatie steeg de werkloosheid in 1981 met 70%. Bijna 20% van de Veenendaalse beroepsbevolking was werkloos. En dat was ruim boven het landelijk gemiddelde. Maar de ondernemerszin die Veenendaal groot had gemaakt, liet zich zelfs toen niet klein maken. Het was juist de mentaliteit van handen uit de mouwen en schouders eronder die Veenendaal er na een aantal moeilijke jaren weer helemaal bovenop bracht. De gemeente nam het voortouw en stelde van alles in het werk om nieuwe bedrijven en daarmee werkgelegenheid naar Veenendaal te halen. En met succes: veel ondernemers wisten Veenendaal te vinden. De werkgelegenheid groeide en Veenendaal groeide mee.

Kwaliteitsverbetering
De meest recente geschiedenis van Veenendaal kenmerkt zich vooral door kwaliteitsverbetering. Over de volle breedte van samenleving en omgeving is daar nadrukkelijk in geïnvesteerd. Fraaie, gevarieerde nieuwbouwwijken zijn en worden gerealiseerd met veel aandacht voor duurzaamheid en betrokkenheid van de bewoners. In wijken waar het minder goed gaat, wordt veel energie en geld gestoken in verbetering van het woon- en leefklimaat. De binnenstad wordt compleet vernieuwd en er is flink geïnvesteerd in voorzieningen op het gebied van sport, welzijn en cultuur. Ook is er veel aandacht voor groen in de openbare ruimte en voor de infrastructuur. En dat maakt Veenendaal wat het nu is. Een jonge leefstad met stedelijke allure en een dorps karakter. En bovenal een plaats waar het mooi en prettig wonen en werken is.

De Bijenmarkt, een eeuwenoude traditie

Naast wol en sigaren is er nog iets heel anders waarmee Veenendaal al eeuwenlang bekend is in het land. Volgens de overlevering wordt er namelijk al sinds 1400 een jaarlijkse bijenmarkt in Veenendaal gehouden. En die traditie blijft in stand. Ieder jaar komen imkers en andere geïnteresseerden in juli bijeen, onder meer om te handelen in bijenvolken, gereedschappen en producten, zoals bijenkorven en waskaarsen.

De bijenteelt was voor sommige boeren in Veenendaal en omgeving een waardevolle nevenactiviteit. Omdat zij onvoldoende grond bezaten om van te kunnen rondkomen, zochten ze naar andere bronnen van inkomsten. Het gebied rond Veenendaal en De Klomp was rijk aan heide en boekweit - gewassen vol nectar - en dus heel aantrekkelijk voor bijen. De bijenteelt was voor de boeren een aardige extra bron van inkomsten. De eerste bijenmarkt zou zijn gehouden op een weiland in het oude landgoed 'De Clomp', langs de weg naar Ede. Daar bevond zich ook logement De Klomp en de beheerder daarvan - Hendrik Hupkes - kreeg in 1883 officieel vergunning om van 1 tot 20 juli een bijenmarkt te houden. Een ander deel van de markt vond plaats aan de Nieuweweg, bij de toenmalige katholieke kerk. In de 19de eeuw organiseerde bijencoörporatie De Gelderse Vallei de bijenmarkt. En in 1897 werd dat overgenomen door de nieuw opgerichte landelijke Vereniging tot Bevordering der Bijenteelt. De jaarmarkt – die toen nog drie dagen duurde - trok niet alleen belangstellenden uit de regio, maar ook imkers uit Noord-Brabant en van de Veluwe, waar imkers leefden van de bijenteelt. De huidige bijenmarkt in Veenendaal is vooral een toeristische attractie, maar ook beroepsimkers grijpen de markt aan om elkaar te ontmoeten. Ook in 2012 zal dat het geval zijn en dit jaar niet zomaar. 2012 is namelijk uitgeroepen tot het Jaar van de Bij. Omdat het aantal bloemen in het Nederlandse landschap sterk verschraalt, sterven steeds meer bijen. Tijdens het Jaar van de Bij willen tal van betrokken organisaties hiervoor aandacht vragen om nu het nog kan het tij te kunnen keren.


Rijkoompje en Bernhard van Kreel

Met een fraaie nieuwe doorsteek is in het centrum van Veenendaal een nieuw winkelrondje ontstaan. Via de Bernard van Kreelpoort kunnen we nu rechtstreeks van de Hoofdstraat naar het plein waar onder meer de Cultuurfabriek gevestigd is. Hoe komt die poort aan zijn naam en wat is het verband met een andere Veenendaler die ‘Rijkoompje’ genoemd werd?

Om het bestaande en het nieuwe centrum van Veenendaal te smeden tot één geheel waarin oud en nieuw elkaar versterken, is de Bernard van Kreelpoort gecreëerd. De poort is een bijzondere constructie. Het is een mooie oude gevel die gedragen wordt door een wit-stalen frame. De gevel was tot voor kort met recht een verborgen monument. Deze was namelijk verstopt achter andere bebouwing. De gevel is afkomstig van een woning die het huis van ‘Rijkoompje’ werd genoemd. Het huis is gebouwd rond 1906 in een neoklassieke stijl. Veenendaler ‘Rijkoompje’ dankte zijn naam aan het fortuin dat hij in Spanje vergaard zou hebben. Bij terugkomst in Veenendaal kocht hij een span paarden én liet aan de Hoofdstraat een vrijstaand huis bouwen. Het enige gebouw aan de Hoofdstraat met een voortuin. Aannemer en tevens architect van het huis was Bernard van Kreel. In 1973 is in de voortuin een winkelpand gebouwd, waardoor het pand grotendeels uit het zicht verdween. Bij de laatste verbouwing van de winkel is de onderbouw van Rijkoompje vrijwel geheel gesloopt en vervangen door de stalen constructie. Met de nieuwe doorsteek is zowel de herinnering aan ‘Rijkoompje’ als die aan architect en bouwer Bernhard van Kreel weer levend geworden.


Parkeergarage Arie van Hensbergen

Arie van Hensbergen. Zo heet een nieuwe parkeergarage waar ruim 350 automobilisten hun auto in hartje centrum veilig kunnen achterlaten. Wie was de naamgever van deze garage?

Arend Johannes van Hensbergen, beter bekend als Arie, was ruim vijftien jaar ‘parkeerwachter’ op de voormalige Van Ekeris-parkeerplaats aan het Zwaaiplein. Wie zijn auto daar wel eens heeft geparkeerd, heeft hem vast wel eens ontmoet. Het was een hobby van Arie om mensen te helpen en het verkeer in goede banen te leiden. Meestal droeg hij daarbij een opvallende outfit: marechausseejack, witte koppelriem en een portofoon. Jarenlang was Arie te vinden aan het Zwaaiplein, behalve wanneer hij op reis was naar Israël. “In totaal is Arie elf keer in Israël geweest,” vertelt zijn broer. “Hij droeg dat land een warm hart toe en steunde diverse stichtingen en instellingen financieel. Alle fooitjes die hij kreeg als parkeerwachter gingen naar goede doelen in Israël, zoals ziekenhuizen en scholen.” Arie van Hensbergen overleed op 8 oktober 2005 op 74-jarige leeftijd.

 

TWITTER

> Proclaimer